Ditjes en datjes en dingen die me bezighouden

Tag: Kerk

Dans nos obscurités

Een lied dat al een groot deel van mijn leven met me meereist. Dit lied dat bekend is vanuit de internationale christelijke oecumenische kloostergemeenschap in Taizé.

Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft.

Ik werd er voor het eerst door geraakt toen Jolanda en ik rond 1998 betrokken waren bij de stiltemomenten in de (later door brand verwoeste) Moeder Teresakerk in Hengelo. In het jachtige leven was er tijdens de koopavonden een mogelijkheid om even aan de drukte te ontsnappen in een eenvoudige viering. Er werden een paar Taizéliederen gezongen, een schriftlezing, een lang moment van stilte en het bidden van het avondgebed van Maarten Luther.

Heer, blijf bij ons, want het is avond
en de nacht zal komen.
Blijf bij ons en bij uw ganse Kerk
aan de avond van de dag,
aan de avond van het leven,
aan de avond van de wereld.

Blijf bij ons
met uw genade en goedheid,
met uw troost en zegen,
met uw woord en sacrament.

Blijf bij ons
wanneer over ons komt
de nacht van beproeving en van angst,
de nacht van twijfel en aanvechting,
de nacht van de strenge, bittere dood.

Blijf bij ons
in leven en in sterven,
in tijd en eeuwigheid.

Amen.

Door deze diensten is ook mijn vriendschap onstaan met emeritus studentenpastor, schrijver en kunstenaar Jan de Jongh (1932). Als je iets wilt weten over het maken van een liturgie, of bijvoorbeeld over symbolen, gebruiken of rituelen in de kerk, dan ben je bij hem aan het juiste adres.

In latere jaren kwam het lied met regelmaat terug in de vieringen in aanloop naar Pasen en in de nachtwake in de Paasnacht. Dit was in de Bethelkerk in Hengelo. De Protestanse gemeente huist tegenwoordig in de Waterstaatskerk.

Tijdens en na mijn scheiding in 2015 heb ik een aantal jaren gewoond in Woongemeenschap De Wonne in Enschede. Een heel goede plek voor iemand die net als ik even op adem moet komen. In de Wonne werd een aantal gebruiken uit het kloosterleven aangehouden met gebedsmomenten in de ochtend en ‘s avonds. Vaak sloot ik hier in de avond bij aan. Ook hier een heel eenvoudige opzet. Er waren multomappen met verschillende liederen waar we iedere avond een keuze uit maakten. Vaak werd een aantal malen ‘Als alles duister is’ gezongen. Maar ook in deze viering was het de stilte die heel belangrijk was.

Op andere momenten, vooral wanneer iemand onheil overkomt, is dit lied het eerste dat in mijn gedachten komt. Het geeft me woorden op een moment dat ik zelf geen woorden kan vinden.

En dan vanmorgen. Aan het begin van de dienst in Mozaiek0548 werd het donker in de zaal. Totdat de drie Adventskaarsen werden aangestoken. En ondertussen werd ‘Als alles duister is’ gezongen.

Ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft, een vuur dat nooit meer dooft.

In de dienst werd gesproken door Johanna Hazelhoff. Over de Lofzang van Maria.

Maria en Elisabet
Kort daarop reisde Maria in grote haast naar het bergland, naar een stad in Juda, waar ze het huis van Zacharias binnenging en Elisabet begroette. Toen Elisabet de groet van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot; ze werd vervuld van de heilige Geest en riep luid: ‘De meest gezegende ben je van alle vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot! Wie ben ik dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt? Toen ik je groet hoorde, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot. Gelukkig is zij die geloofd heeft dat de woorden van de Heer in vervulling zullen gaan.’
Maria zei:
‘Mijn ziel prijst en looft de Heer,
mijn hart juicht om God, mijn redder:
Hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares.
Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen,
ja, grote dingen heeft de Machtige voor mij gedaan,
heilig is zijn naam.
Barmhartig is Hij, van geslacht op geslacht,
voor al wie Hem vereert.
Hij toont zijn macht en de kracht van zijn arm
en drijft uiteen wie zich verheven wanen,
heersers stoot Hij van hun troon
en wie gering is geeft Hij aanzien.
Wie honger heeft overlaadt Hij met gaven,
maar rijken stuurt Hij weg met lege handen.
Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar,
zoals Hij aan onze voorouders heeft beloofd:
Hij herinnert zich zijn barmhartigheid
jegens Abraham en zijn nageslacht,
tot in eeuwigheid.’
Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar, en ging toen terug naar huis.

Johanna heeft veel uitgelegd over de tekst, die werd voorgelezen door een jongedame die de leeftijd had van Maria destijds. Ik kan het onmogelijk hier navertellen. Maar ik hou van de nuchtere manier van nadenken over hoe bijvoorbeeld mensen (en Josef) zouden reageren op de zwangerschap van Maria. Over onder meer het verspreiden van roddels, waar ook wij helaas goed in zijn. Maar Maria had een wijde blik. Zij wist dat wat zij meemaakte groter was dan welke veroordeling dan ook.

Maar het lied ‘Als alles duister is’ bleef de hele dag in mijn hoofd. Daarom sluit ik de dag hiermee af.

Waarom, o God, waarom

Vanmorgen een mooie dienst gehad in Mozaiek0548 waarin Joël Boertjens ons meenam naar het boek Habakuk. Met een mooie boodschap over niet loslaten. Het leven gaat niet altijd zoals jij dat wilt. Je kunt ellende op je pad krijgen. En dan mag je het uitschreeuwen naar God: Waarom? En hoe lang nog? Maar je mag ook altijd die Vaderhand vasthouden.

Ik moest tijdens de dienst denken aan een muziekbundel van Youth for Christ die ik thuis heb. Ik moest deze er gewoon bijpakken vanmiddag. De dienst van vanmorgen samengevat in een lied:

Habakuk 2
[2] Dit was het antwoord van de HEER.
Schrijf dit visioen op, grif het duidelijk in platen,
zodat het in een oogopslag te lezen is.
[3] Het visioen wacht tot zijn tijd gekomen is,
het getuigt ervan, het liegt niet.
Ook al is het nog niet vervuld,
wacht maar, het komt zeker,
het zal niet uitblijven.

Waarom, o God, waarom?

Waarom, waarom? Waarom, o God, waarom?
Ik roep naar U bij dag en nacht,
terwijl ik op uw antwoord wacht,
U luistert niet, uw stem blijft stom. Waarom?

Waarom, waarom? Waarom, o God, waarom?
Ik schreeuw het uit: “Geweld, geweld”.
De mensen sterven ongeteld.
Ze buigen wat nog recht was krom. Waarom?

Waarom, waarom? Waarom, o God, waarom?
Zie wat ons hier wordt aangedaan.
Hoe lang moet dat nog verder gaan?
Wij komen in het onrecht om. Waarom?

Ik zal van U dromen, dan ben ik niet bang.
Het antwoord zal komen, al duurt het ook lang.
Ik blijf op u wachten. Ik hoop op uw woord.
Ik weet in gedachten dat U naar mij hoort.


Tekst & muziek: Eveline Stern

Foto-opdracht

Genesis 1: 24-31 God zei: ‘Laat de aarde alle soorten levende wezens voortbrengen: alle soorten vee, kruipende dieren en wilde dieren.’ En zo gebeurde het. God maakte alle soorten in het wild levende dieren, alle soorten vee en alle soorten dieren die op de aardbodem rondkruipen. En God zag dat het goed was.
God zei: ‘Laten Wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op Ons lijken; zij moeten heersen over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.’ God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep Hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep Hij de mensen. Hij zegende hen en zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.’ Ook zei God: ‘Hierbij geef Ik jullie alle zaaddragende planten en alle vruchtbomen op de aarde; dat zal jullie voedsel zijn. Aan de dieren die in het wild leven, aan de vogels van de hemel en aan de levende wezens die op de aarde rondkruipen, geef Ik alle groene planten tot voedsel.’ En zo gebeurde het. God zag alles wat Hij had gemaakt: het was zeer goed. Het werd avond en het werd morgen. De zesde dag.

Foto-opdracht

Genesis 1: 20-23 God zei: ‘Laat het water wemelen van levende wezens, en laten er boven de aarde, langs het hemelgewelf, vogels vliegen.’ En God schiep de grote zeemonsters en alle soorten levende wezens waarvan het water wemelt en krioelt, en alle soorten vogels, alles wat vleugels heeft. En God zag dat het goed was. God zegende ze met de woorden: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk en vul het water van de zee. En ook de vogels moeten talrijk worden, overal op aarde.’ Het werd avond en het werd morgen. De vijfde dag.

Foto-opdracht

Genesis 1: 14-19 God zei: ‘Laten er lichten aan het hemelgewelf komen om de dag te scheiden van de nacht. Ze moeten dienen als tekens die de feesten aangeven en de dagen en de jaren, en als lampen aan het hemelgewelf, om licht te geven op de aarde.’ En zo gebeurde het. God maakte de twee grote lichten, het grootste om over de dag te heersen, het kleinere om over de nacht te heersen, en ook de sterren. Hij plaatste ze aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde, om te heersen over de dag en de nacht en om het licht te scheiden van de duisternis. En God zag dat het goed was. Het werd avond en het werd morgen. De vierde dag.

Foto-opdracht

Genesis 1:9-13: God zei: ‘Laat het water onder de hemel naar één plaats stromen, zodat er droog land verschijnt.’ En zo gebeurde het. Het droge noemde Hij aarde, het samengestroomde water noemde Hij zee. En God zag dat het goed was.
God zei: ‘Laat overal op aarde jong groen ontkiemen: zaadvormende planten en alle soorten bomen die vruchten dragen met zaad erin.’ En zo gebeurde het. De aarde bracht jong groen voort: alle soorten zaadvormende planten en alle soorten bomen die vruchten droegen met zaad erin. En God zag dat het goed was. Het werd avond en het werd morgen. De derde dag.

Foto-opdracht

Genesis 1:6-8: God zei: ‘Laat er midden in het water een gewelf komen dat de watermassa’s van elkaar scheidt.’ God maakte het gewelf en scheidde het water onder het gewelf van het water erboven. Zo gebeurde het. Hij noemde het gewelf hemel. Het werd avond en het werd morgen. De tweede dag.

Foto-opdracht

We zijn vanuit de kerk gestart met een klein groepje om de schepping in 7 dagen in foto’s vast te leggen. Aan de ene kant heel leerzaam omdat ik nog niet heel erg bedreven ben in het maken van foto’s, op enkele probeersels na. En ook inspirerend om te kijken welk beeld je kunt verzinnen bij het scheppingsverhaal uit Genesis 1. Als deelnemer krijg je de vrije hand in waar je mee komt. Ik heb bij dag 1 gekozen voor een voor mij krachtig beeld van licht. Een licht als baken in de duisternis. Een licht waar je je op mag richten. En de tekst van Huub Oosterhuis paste er voor mij goed bij.

Genesis 1:3-5: God zei: ‘Laat er licht zijn,’ en er was licht. God zag dat het licht goed was, en Hij scheidde het licht van de duisternis; het licht noemde Hij dag, de duisternis noemde Hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag.

Soep

Vanmorgen een grote pan Mexicaanse bonensoep gemaakt voor een groep uit de kerk die een hei-dag heeft. Bij hard werken hoort een stevige lunch.

Mexicaanse bonensoep.

© 2024 Alex Steegstra

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑